Zijn het internet en porno gewoon 'scheppers van monsters'?

Zijn het internet en porno (tegenwoordig bijna uitsluitend internetporno) gewoon de voortbrengers van psychologische of seksuele pathologie? Of kunnen ze in sommige gevallen en zoals sommige seksuologen schijnen te geloven, na het overwinnen van verschillende ethische kwesties een rol spelen in de seksuele diagnose en zelfs therapie bij volwassen koppels?

Hoewel het internet in de klinische praktijk van de hulpverleners in de seksuele gezondheidszorg een erg belangrijke rol speelt, bevat het verschillende facetten en biedt het zowel positieve als negatieve kanten. Pornografie op het internet wordt onder de mannelijke bevolking vaak aanzien als de boosdoener voor seksuele problemen. Dit klopt zeker wanneer er tekenen van obsessie aanwezig zijn of wanneer er niet adequaat wordt mee omgegaan. Wat adolescenten betreft is het alom bekend dat ongecontroleerd internetgebruik hen aan aanzienlijke risico’s kan blootstellen, zoals cyberpesten, het ongewenst in aanraking komen met pornografie en het mogelijk doorgeven van persoonlijke informatie aan personen met slechte bedoelingen.

Het grote risico verbonden aan pornografie is het feit dat bepaalde personen (voornamelijk jonge en onervaren mensen) de pornografische prestatie als model van het ideale seksleven gaan beschouwen. Vrouwen worden voorgesteld als seksslaven voor wie enkel het genot van de man telt, en mannen met extra grote geslachtsdelen en een non-stop erectie vormen hier geen uitzondering. Bij zwakke persoonlijkheden kunnen deze beelden prestatieangst of een overdreven machogedrag oproepen. In dergelijke gevallen kunnen het internet en de daarmee verbonden porno aan de basis liggen van seksuele aandoeningen.

Anderzijds beschouwen veel seksuologen porno als een middel om de patiënt te analyseren en bepaalde seksuele stoornissen te behandelen. Wetenschappelijke studies hebben aangetoond dat er een positieve correlatie bestaat tussen de perceptie van de seksuele relatie en de partner en een matige pornoconsumptie. Pornoconsumenten delen over het algemeen een hoger niveau van intimiteit met hun partner dan mensen die er geen gebruik van maken. Het bekijken van pornografie mag dus niet enkel worden beschouwd als een manier om intimiteit te vermijden, maar ook als een expressie van vrijwillig onderzoek.

Wanneer de uitwisseling van informatie op het internet plaatsvindt via contact met experts en beperkt is tot volwassen koppels, kan dit leiden tot een grotere kennis en begrip van de eigen persoon. Hierbij wordt pornografie altijd bedoeld binnen de context van sekstherapie voor koppels, gericht op het verbeteren van het seksleven en de intimiteit binnen de relatie.

Referenties
Jannini EA, Limoncin E, Ciocca G et al. J Sex Med 2012;9:2994–3001.
Popovic M. Arch Sex Behav 2011;40:449–456.
Malamuth N, Huppin M. Adolesc Med Clin. 2005;16(2):315-326.

 

lucifers